Belgique: Toon Osaer : "Nieuw euthanasie-offensief"
"Wanneer ik dit stukje schrijf, hebben we er een week intensief euthanasie-offensief opzitten. Ik gebruik met opzet de term offensief. Er komen immers zo veel lijntjes samen, dat je moeite hebt om er geen strategie achter te vermoeden. Teveel toevalligheden doen mij twijfelen aan het toeval.
Laten we samen eens die week overlopen. We starten op zondagavond met een reportage over het palliatief supportteam van het UZ Gasthuisberg. Daaruit leren we hoe die aanpak leidt tot minder euthanasieaanvragen. Wat professor Wim Distelmans, oncoloog aan de VUB, meteen countert door de haalbaarheid van die aanpak in twijfel te trekken, toch zeker voor kleinere ziekenhuizen".
"De volgende dagen is deze promotor van euthanasie niet meer uit de media weg te branden. Hij mag uitleg komen geven bij een rechtszaak in Antwerpen tegen een verpleegster, verdacht van niet-gevraagde euthanasie op haar zieke tante. Dokter Distelmans duidt die daad als menslievendheid.
De dagen daarop volgt zijn commentaar bij het jaarverslag over de euthanasie-aangiften: het aantal geregistreerde gevallen zou een onderschatting zijn. Alweer een dag later mag hij pleiten voor een commissie menswaardig sterven en intussen is het weerom tijd voor zijn visie op de ontwikkelingen in het Antwerpse proces.
De problematiek van de dementerende patiënten is eveneens aan de orde in reportages, praat- en duidingsprogramma’s en op donderdag beheerst de hulp van een arts bij de zelfdoding van een dementerende bejaarde de berichtgeving. En weer hetzelfde refrein: het is uit naam van de menslievendheid. Meer zelfs, voor sommige ethici is het de plicht van een arts om daarbij te helpen. Dat intussen vele miljoenen worden besteed aan zelfmoordpreventie, wordt daarbij niet als een tegenstrijdigheid ervaren.
Het offensief zet zich door. Euthanasie hoort een patiëntenrecht te worden, zodat geen enkel ziekenhuis nog kan weigeren. De uitbreiding van de wet naar dementerenden lijkt al evenzeer een daad van naastenliefde. De koppen in de verschillende media liegen er niet om.
Tijdens het voorlopig afsluitende debat in de zevende dag hoor ik voor de zoveelste keer die week dat het gaat om een tegenstelling tussen katholieken en vrijzinnigen. En wat stellen die katholieken nog voor na de laatste peiling, klinkt onderhuids. Vindt u dat nog toeval? Zie ik spoken?
Die tweedeling lijkt me hoe dan ook kort door de bocht. Niet alleen zien we dat dit in het Franstalige landsgedeelte hoegenaamd geen steek houdt. Ook in Vlaanderen gelden andere verhoudingen, alleen al als we rekening houden met de andere religies die er zich tegen verzetten.
Nee, alle registers zijn opengetrokken om de goegemeente systematisch te bewerken. En wie lang genoeg een refreintje hoort, gaat het als vanzelf meeneuriën. Welke bejaarde zal op den duur nog zijn familie of bekenden durven ‘tot last te zijn’, wanneer hij in de media alleen maar ouderen hoort die beweren dat ze hen een spuitje mogen geven „als ze ’t niet meer weten”? Wie laat die bejaarde aan het woord die zijn dokter angstig toevertrouwt dat zijn familie wellicht om een spuitje zal vragen, maar dat hij het daarmee niet eens is?
Hier is inderdaad meer in het geding dan een dispuut tussen katholieken en vrijzinnigen. Het gaat, zoals dokter-jezuïet Marc Desmet het in dit blad een tijdje terug poneerde, om een veel diepere kloof, een kloof tussen culturen. Kiezen we voor een cultuur waarin nog ruimte en middelen zijn om te investeren in zorg voor mensen die ‘ten laste zijn’? Is er nog een plaats voor tekort en onvolmaaktheid? Kunnen we lijden en mislukking nog een plaats geven in ons eigen leven en kunnen we dat van anderen nog ‘verdragen’? Durven we het lijden nog onder ogen te zien? Vragen waarop een politieke meerderheid alleen geen voldoende antwoord kan bieden. Door Theo Borgermans (Bron: Kerk + Leven) 20060222